Logo

Team    
Xerbutri

Verlaten   
gebouwen

Koolmijn Boubier

X

Koolmijn Boubier

Info

We reden in 2011 langs deze locatie en hebben deze meteen bezocht.

Historie

In 1773 werden er in de omgeving steenkolen ontdekt en gaf het bisdom Luik toestemming tot ontginning. De techniek om de steenkoollagen te ontginnen was er nog niet. Er werden wel wat plannen gemaakt, maar serieus werd het nooit.
In de 19e eeuw kwam de stoommachine beschikbaar en werd het interessant om in de Borinage steenkool te gaan opgraven. Er werden door drie groepen serieuze plannen gemaakt en concessies aangevraagd in de periode tussen 1816 en 1839. In 1844 kreeg Godefroy Goret de concessie bij Koninklijk Besluit en in 1846 had hij Franse investeerders bereid gevonden om zijn plannen te financieren. Helaas volgden er toen enkele serieuze crises door mislukte oogsten.

In 1867 werd begonnen met de bouw van schacht 2 van de steenkolenmijn Boubier, door een Belgische website vertaald in het Nederlands als Modderpoel. In 1874 kwam de schacht gereed.
het was een tijd waarin steenkool niet aan te slepen was. Er werd meer steenkool verbruikt dan de industrie kon leveren en men sprak over een serieuze steenkoolcrisis. De steenkolen uit deze mijn werden gebruikt door huishoudens en industrie. Bij schacht 1 werden briketten gemaakt die gebruikt werden door industrie en de spoorwegen. Er werd ook aan de poort verkocht voor de huishoudens in de streek.
Het ging goed met de steenkolenmijn. In 1875 kwam ze de eerste crisis goed door met een reorganisatie. In 1881 werd een tramspoorverbinding met de gebouwen en haven bij schacht 1 aangelegd, en in 1919 werd de spoorverbinding vervangen door een luchtspoor. De crisis van 1921 en 1930 lijken op deze mijn niet zo'n zware impact gehad te hebben. In 1930 werd gereorganiseerd. De productie in schacht 1 werd gestopt en er werd gemoderniseerd. De productie van de steenkolenmijn piekte in de jaren dertig met jaarlijks 250.000 ton aan steenkolen

Met het uitbreken van de tweede wereldoorlog nam de productie voor het eerst serieus af tot 84.000 ton in 1944. Men was niet bereid te werken voor de Duitsers, maar minder dan andere gebieden had me last van de tewerkstelling in Duitsland of de afbraak van industrie. In het voorjaar van 1944 werd de streek zwaar gebombardeerd om het nabij gelegen spoorwegknooppunt onbruikbaar te maken. Ook de mijngebouwen werden daarbij beschadigd. Na de bevrijding kwam de kolenproductie weer zeer snel op gang en in 1950 bereikte de kolenproductie zijn vooroorlogse niveau. De tijden waren echter veranderd, transport was veranderd, de industrie was veranderd en olie en gas namen steeds meer de plaats van steenkolen in. De vraag naar steenkolen stortte langzaam in.
Bovendien was de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht in 1951. De gedachte hierachter was een nieuwe (economische) oorlog te voorkomen. Bij deze samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk sloten de Benelux en Italië zich aan. De steenkolenmijnen in Wallonië konden de concurrentie met het buitenland niet aan. De meeste gebouwen, installaties en werkwijzen in dit gebied waren ouderwets (uit de jaren 20) en door de crisis en oorlog wel behouden maar niet vernieuwd. In Nederland had men ingezet op een hoge arbeidsproductiviteit, en Duitsland had zijn installaties door oorlogsschade moeten vernieuwen. De nieuwe technologie was niet geschikt voor de dunne en gebroken kolenlagen in Wallonië. Het ligt aan de harde stakingen en protesten van de arbeiders en de besluiteloosheid van de regering dat deze steenkoolmijn in 1966 pas dicht ging. Een deel van de gebouwen worden afgebroken

In 1971 richt Roger de Cock Carolo Beton op, en vestigt in de oude machinehal een betoncentrale. Medio 2005 wordt de locatie verlaten door de betongroep.

Rating4

Bouwjaar: 1867
Verlaten: 2005
Bezocht door TX: 2011
Gesloopt: -

Picture Preview

Klik op een foto om naar de fotogalerij te gaan

Picture Preview

Klik op een foto om naar de fotogalerij te gaan